Beschrijving

De vuursalamander (Salamandra salamandra) is één van de grootste salamanders van Europa en kan wel 20 cm groot worden. Hij heeft een gedrongen zwart lichaam met daarop een patroon van gele vlekken of strepen. Hij is met geen enkele salamander in Nederland te verwarren. De larven zijn bruinzwart en krijgen als ze ouder worden al licht gele vlekken. Op hun poten zitten lichte vlekken bij de aanhechting aan de romp.

Verspreiding & leefwijze

De vuursalamander is in Nederland de enig voorkomende landsalamander. De natuurlijke verspreiding beperkt zich tot Zuid-Limburg (zie kaart). Verder zijn er losse, eenmalige meldingen van de soort. Dit zijn vrijgelaten terrariumdieren, buiten Zuid-Limburg zijn geen handhavende populaties bekend. Een heuvelachtig landschap met vochtige loofbossen, doorsneden met bronbeekjes vormt het typische leefgebied van de vuursalamander. Kalkrijke bodems, bronnen en een hoge bodemvochtigheid zijn de belangrijkste biotoopeisen. Een ander belangrijk aspect van dit schaduwrijke biotoop is de aanwezigheid van koele, vochtige schuilplaatsen.De larven worden afgezet in het heldere, zuurstofrijke water van bronbeekjes, bronputten en bronpoelen. Het voedsel van de volwassen dieren bestaat vooral uit wormen en naaktslakken. De vuursalamander is een zeer honkvaste soort. 

 

Bescherming

De vuursalamander heeft in de Rode lijst (Staatscourant, 2009 cf. van Delft et al., 2007) de status “bedreigd'. Net als alle andere amfibieën is de soort beschermd volgens de Flora en Faunawet (tabel 3). De vuursalamander is ook opgenomen als beschermde soort in bijlage 3 van de conventie van Bern.

Methode van monitoren

Voor de vuursalamander is een hele andere aanpak van monitoren nodig dan bij de andere inheemse amfibieën. Om deze soort op een gestandaardiseerde manier te kunnen volgen, moeten de dieren in hun voortplantingsseizoen op het land worden geteld langs een vastgesteld traject.

Dit traject moet door dat deel van een gebied lopen, waar de trefkans hoog is. Dit is bij voorkeur langs een beek, bospad, of liever nog beide. Het traject moet in ongeveer drie uur te lopen zijn. Afhankelijk van de omstandigheden in het terrein komt dit neer op ongeveer anderhalve tot tweeënhalve kilometer. Hierbij wordt ongeveer drie meter aan weerskanten van de looproute afgespeurd. Dit moet 's avonds met een sterke zaklamp gebeuren. Ook het zoeken van larven gebeurt 's avonds  langs het traject, op de plaatsen waar deze langs een beek loopt.

Het traject wordt minimaal vier keer per jaar bezocht, waarvan één maal in het voorjaar, één maal in de zomer en twee maal in het najaar. Van de vuursalamander wordt het aantal aangetroffen dieren genoteerd.

Methode van monitoren:

  • volwassen dieren tellen langs een vastgesteld traject op het land (eind maart t/m begin april en augustus t/m september)
  • Aanvullende inventarisatiemethode:larven zoeken in het voortplantingswater (mei t/m juli)


TrenD

De vuursalamanderpopulatie is sterk afgenomen, na 2009 is de soort gecrasht. De vuursalamander staat op het punt te verdwijnen uit Nederland. De index van 2014 is 0,13 wat betekend dat de omvang van de populatie in 2014 ten opzichte van 1997 met ruim 99% is afgenomen. In het leefgebied wordt zeer intensief gemonitoord langs verschillende trajecten. Dat gebeurt onder gunstige omstandigheden (in het donker, liefst als het ook regent). In het Bunderbos wordt sporadisch nog een exemplaar gevonden. In het Vijlenerbos zijn de laatste jaren geen dieren gezien, ondanks extra monitoringsinspanningen. De instorting van de vuursalamanderpopulatie is te wijten aan de uitbraak van de schimmel Batrachochytrium salamandrivorans (Bsal).   

Informatie over de trendberekening